OPLEIDING GPW

Opleiding GPW voor jeugdwerkers die een andere hbo-opleiding hebben.
Een aantal jeugdwerkers heeft een agogische opleiding gevolgd, zoals bijvoorbeeld pabo, sph of cmv. Daarmee hebben zij een deel van de competenties  – zoals de pedagogische, educatieve, organisatorische, communicatieve, leiding gevende e.d. – reeds (grotendeels) verworven. Op het gebied van theologie en de praktische toepassing daarvan in geloofsleren, pastoraat e.d. hebben zij echter minder kennis en competenties. Ook het inzetten van hun elders verworven competenties in het specifieke kerkelijke beroepsdomein vraagt om extra kennis en vaardigheden. Hierom kan het voor jeugdwerkers goed zijn de hbo-opleiding GPW (godsdienst pastoraal werk) te volgen. Dit kan aan de Christelijke Hogeschool Ede, de Gereformeerde Hogeschool Zwolle, Windesheim of Fontys.

Hieronder meer informatie over de deeltijd opleiding aan de CHE en de mogelijkheden deze opleiding versneld te volgen.

Het programma (240EC) bestaat uit drie leerlijnen:

  1. Conceptuele leerlijn: hierin zitten de theologische programma’s zoals OT, NT, geloofsleer, hermeneutiek, ethiek, wereldreligies, e.d. en enkele andere vakken zoals mens- en maatschappij.
  2. Methodische leerlijn: hierin zitten programma’s die praktijkgericht zijn en daarbij een theoretische onderbouwing geven. Deze programma’s zijn gericht op de taakvelden Educatie, Pastoraat, Kringwerk, Gemeenteopbouw, Missionair en Diaconaal werk.
  3. Integratie leerlijn: praktijk, afstudeerproject en studieloopbaan ontwikkeling.

De toetsen kunnen op drie manieren afgelegd worden:

  1. Reguliere toets: een werkstuk, tentamen, een project, of een combinatie hiervan.
    Ter voorbereiding op deze toets doe je mee aan de toeleidende lesprogramma’s van de onderwijseenheid.
  2. Dossiertoets: Studenten die op een bepaald terrein al competenties hebben verworven, bijvoorbeeld doordat ze jarenlange ervaring hebben opgedaan in een relevante professionele praktijk, of studenten die bij een niet-geaccrediteerde instelling toetsen hebben afgelegd, kunnen een dossier opbouwen en daarmee een dossiertoets afleggen. Het opbouwen van zo’n dossier kost tijd, en leidt niet automatisch tot een voldoende, maar voor jeugdwerkers met de nodige praktijkervaring is deze route zeker de moeite waard.
  3. Vrijstelling: Wie bij een andere geaccrediteerde onderwijsinstelling met voldoende resultaat een toets afgelegd die overeenkomt met een van onze toetsen, kan vrijstelling aanvragen.

Het programma kan (naast voltijd) op twee manieren gevolgd worden:

Deeltijd: maximaal 32 vrijdagen per jaar in Ede.
De deeltijdopleiding is zo ingericht dat je in vier jaar je diploma kunt halen, mits je voldoende werkervaring in kunt brengen of vrijstellingen kunt krijgen. Een deeltijdstudent kan bijvoorbeeld vrijstelling aanvragen voor de verbredingsminors (30EC) en via de 0-meting korting op zijn/haar praktijkuren uren krijgen. Het eigen werk kan als praktijk/stage worden ingebracht. Wie veel vrijstellingen heeft en/of dossiertoetsen kan afleggen, kan versnellen en – afhankelijk van de persoonlijke mogelijkheden – de opleiding in drie jaar of zelfs nog sneller afronden.

Deeltijd-flexibel: Ditzelfde geldt voor deeltijd-flexibel. Bovendien is voor deze studenten ca. 60 ec digitaal ingericht zodat een aantal programma’s volledig op afstand gevolgd kan worden.
Voor het overige deel moet de student voor alle programma’s bij elkaar per jaar maximaal 12 vrijdagen in Ede zijn (inclusief de toetsen). Deze contactdagen zijn zo ingeroosterd dat een student die veel tijd beschikbaar heeft de opleiding kan versnellen door lessen uit meerdere studiejaren te volgen (tot maximaal 36 lesdagen).

Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Buffer this pageEmail this to someone